De ooms uit Bedum .....

Direct betrokkenen die mijn woning bezochten schreven hun gevoelens neer in mijn gastenboek die ik speciaal daarvoor in het kleine kamertje heb liggen. 
Gerdien Jonkheer-Veldman schreef het volgende;
Ook ik vond het fijn iets meer te weten te komen over die “ooms” dan ik al wist. Veel was dit trouwens niet. Toen ik ze meemaakte was ik nog maar 3 jaar. En na de oorlog heb ik bij ons thuis over die verschrikkelijke tijd niet veel gepraat. 

Als peuter moest ik ook al onderduiken.! Maar ik heb na die tijd wel gehoord dat Hielke .en Willem marechaussees uit Bedum waren. Interessant dat ik ze in datzelfde Bedum weer tegenkwam, in het verhaal over het echtpaar Meijer! Willem Homoet
Van der Heide en Homoet waren bij ons op Hekkum ondergedoken. Af en toe speelden ze dan met mij. Steeds weer verstoppertje. Daarbij verborg ik mij steeds weer op het zelfde plekje achter het gordijn. Ze zochten dan altijd eerst heel de kamer af voordat ze mij ‘vonden’. Zo duurde het spelletje langer! 
Op een zekere dag was er een derde “oom” (waarschijnlijk Henk Ridder van Ten Boer die mijn vader na zijn arrestatie als KP leider opvolgde) die ook zijn beurt kreeg om mij te zoeken. Nadat ik mij op mijn vaste schuilplek verstopt had, liep hij daar onmiddellijk naar toe en riep triomfantelijk: “Ik heb je al”. Toen riep ik:”Zo moet het niet, je moet me eerst overal zoeken en me dan pas hier vinden”. 


Die ooms hebben hier vreselijk om moeten lachen, zij wisten niet dat ik hun spel doorhad. ‘Schuilplek’, ‘zoeken’ en ‘vinden’, wat hebben die woorden in de ‘grote-mensen-betekenis’ door de gebeurtenissen in die jaren voor mij een andere lading gekregen……….


Goed om dit soort herinneringen voor de kinderen van nu levendig te houden. Goed dat Bedum daar zijn aandeel in levert.Ik vond het bezoek aan de Schultingastraat 6 confronterend, maar de moeite waard.

Gerdien Jonkheer-Veldman, 11 januari 2006.